Sic transit gloria televisii

12 Dec

In Het Parool van 2 december jl. schrijft Han Lips in zijn column zijn ongenoegen over de nieuwe reeks Op zoek naar… (ditmaal Mary Poppins) van zich af. Hij vindt het een ‘reclamespot voor de musical Mary Poppins’, die zijns inziens geen enkele verrassing biedt. Een ‘zielloze’ Frits Sissing, een overacterende Willem Nijholt en Thom Hoffman die niets van zingen weet; slechte televisie waarvan de uitslag al vaststaat omdat Joop van den Ende achter de schermen de dienst uitmaakt.

In NRC Handelsblad van 6 november jl. maakt psychologe Martine Delfos zich zorgen over het NCRV-programma DNA Onbekend. Volgens haar is het niet verantwoord om mensen op tv de zoektocht naar hun herkomst te laten ondergaan; dat is een zeer ingrijpend proces. De ontdekking wie je biologische vader, moeder, zoon of dochter is, kan heel onthutsend zijn en vergt volgens Delfos ‘zeer zorgvuldige voorbereiding en begeleiding’. Sterker nog: ‘het publiek vermaken met zo’n DNA-test, kan betrokkenen schade toebrengen.’ Ondanks de claims van de omroep dat de kandidaten uitvoerig gescreend en begeleid worden, en uit vrije wil meewerken, gaan deelnemers toch over hun grenzen heen onder het dwingende oog van de camera, stelt Delfos.

Dit zijn twee voorbeelden van, volgens de auteurs, slechte televisieprogramma’s. Maar wat is een slecht tv-programma? Deze vraag is niet of nauwelijks te beantwoorden, want zoals dat nu eenmaal gaat met smaak, valt er flink over te twisten. Wat de een briljant vindt, kan een ander linea recta de gordijnen in jagen. Er zijn in de loop van de tijd heel wat tv-programma’s geweest die, in de periode dat ze op tv waren, als ‘slecht’ werden bestempeld. Denk aan het kinderprogramma Power Rangers, dat kinderen zou aanzetten tot geweld. Denk aan de programma’s van Paul Jambers en Willibrord Frequin, die bizar en kleinmenselijk leed breed uitmaten. Om maar niet te spreken van Big Brother: een groep mensen onder psychologische druk zetten terwijl heel Nederland ervan kon genieten, ging ieder fatsoen te boven. Maar de tv evolueert: wat we toentertijd bezwarend vonden, is nu alweer achterhaald. Kinderen hebben geen blijvende schade opgelopen na het kijken van Power Rangers, en Big Brother is in Nederland uiteindelijk stilletjes van de buis verdwenen.

Op dit moment zou voor een bepaalde groep Nederlanders programma’s als De Palingsoap, De Frogers: Helemaal Heppie of Shownieuws in de rubriek ‘slecht’ kunnen vallen: weinig diepgang en een verarming van de cultuur. Maar voor anderen zouden bijvoorbeeld Pauw & Witteman of DWDD een doorn in het oog kunnen zijn: veel te ‘links’ en te elitair. Iedereen heeft zijn voorkeuren, en dat is ieders goed recht.

Wat uit de afgelopen decennia wel blijkt, is dat de programma’s die over het algemeen ‘slecht’ worden genoemd, in de categorie reality-tv vallen. Hieraan doen geen acteurs mee, maar de buurvrouw of de jongen van de slager. Shows als X-Factor, De Gouden Kooi of Help, mijn man is klusser zijn voorbeelden uit de jaren 2000. Net zoals bij de programma’s van toen, geldt ook nu dat een groot gedeelte van de Nederlanders er met plezier naar kijkt. Nogmaals: ieder z’n meug en het is niet aan anderen om die smaak te veroordelen. Daarom is het interessanter om een andere vraag te stellen: is het kwalijk dat er realityprogramma’s worden uitgezonden? De discussie over slechte televisie draait om de ethiek: is het ethisch verantwoord om deze programma’s te maken en uit te zenden?

Uit de reacties op Delfos’ publicatie op de website van NRC Handelsblad blijkt dat veel mensen het met haar stelling eens zijn dat DNA Onbekend deelnemers al dan niet bewust schade kan toebrengen. Men vindt het programma ‘niet kunnen’, ‘goor’ en ‘ethisch onverantwoord’. Deze heftige reacties zijn goed: het is belangrijk om kritisch te blijven, om verloedering tegen te gaan. Een goed cultureel tv-programma laat je nadenken, leren en verbazen, en dat is niet voor elke show te zeggen. Hierover trekt ook Guus Kuijer in zijn boek Hoe word ik gelukkig? stevig van leer: ‘Wanneer je een kunstwerk niet begrijpt, is het de moeite waard om je af te vragen of je ontvanger goed staat afgesteld. “Ik begrijp het niet, dus kan het niet goed zijn”, is de overhaaste conclusie van iemand die denkt dat alleen hapklare brokken te vreten zijn. De massamedia bevorderen bedoeld of onbedoeld deze hap-slik-mentaliteit. In hun jacht op abonnees en kijkcijfers wordt alles wat er te melden valt tot hapklare brokken gestampt, waardoor er in de huiskamers wantrouwen en verontwaardiging oplaait als er eens een graatje in de keel blijft steken.’

Maar dan nog: ook deze vercommercialisering is soms een kwestie van smaak. Daarom heeft Delfos in dit ethische vraagstuk de steekhoudende argumenten in handen, en niet Lips. Een slecht programma is nog tot daaraan toe: het kan verschrikkelijk zijn om te kijken naar Thom Hoffman die niets van zingen weet en slechts is ingehuurd om de musical te promoten, maar het is de vraag of de Mary Poppins-en in spe hier psychologische schade van ondervinden. Hetzelfde geldt voor een dramaserie of talkshow. Deze kan door een ongeïnteresseerde presentator tenenkrommend zijn, maar dat heeft niet zo veel impact; hooguit het ego van de makers wordt gekrenkt. Het is daarentegen wel kwalijk dat er realityshows à la DNA Onbekend worden gemaakt, waarin kandidaten onbedoeld heel ver gaan onder de druk van de camera en zij er daardoor schade van ondervinden. In dit soort programma’s draait het om de emoties en de ellendige gebeurtenissen uit het dagelijks leven, en juist op die gebieden is de mens het kwetsbaarst en moet hij in bescherming worden genomen.

Een ander voorbeeld van het type kwalijke reality-tv is de uitzending van Help, mijn man heeft een hobby van RTL4 op 2 december. Hier zette een vrouw haar man, een enorme KISS-fan, voor de keus: de verzameling KISS-collectibles eruit, of zij eruit. Voor de camera deed hij gedwee mee, maar ondertussen bleek dat hij absoluut niet van plan was om onder dwang van de presentator en zijn filmploeg toe te geven aan de eis van zijn vrouw. Dat leverde strijd op, maar heel wat praatsessies en compromissen verder zag hij toch in dat hij beter eieren voor zijn geld kon kiezen. Wat het programma niet liet zien, was de impact van de uitzending op de relatie tussen de man en de vrouw. Wie weet is er nog het een en ander aan servies door de kamer gevlogen? En ondertussen keek hun jonge dochtertje braaf toe hoe paps en mams de vete uitvochten.

De scheidslijn in dit vraagstuk is heel dun. Wat kan wel, en wat niet? Is het wreed om mee te lachen om de mislukkelingen van Idols die op tv voor schut worden gezet? Wil je twee gezinnen een moederruil wel aandoen, zoals in Jouw vrouw, mijn vrouw? En hebben de boeren in Boer zoekt vrouw eigenlijk enig idee waar ze aan beginnen?

In Amerika hebben de realityprogramma’s bizarre proporties aangenomen. Publicist James Walcott schrijft in het decembernummer van Vanity Fair een vernietigend artikel over de slechte invloed van realityshows. Hij stelt onder meer dat men het hysterische gedrag van de deelnemers als normaal gaat beschouwen en het na-aapt: ‘[it has] invaded the behavioral bloodstream.’ Als voorbeeld vertelt hij dat hij in een drogisterij een meisje op dramatische en aanstellerige toon hoorde telefoneren over het verraad van een vriendin. Ze gedroeg zich alsof de camera’s om zich heen stonden: nep en asociaal. Bovendien trekt hij aan de bel over het feit dat deelnemers aan realityshows worden uitgebuit: ze krijgen slecht betaald en moeten hard werken. Slaaptekort, slecht eten en drank zorgt er vervolgens voor dat ze doordraaien, en ‘crazy makes for good TV’. Het extreemste voorbeeld is dat van de Braziliaanse show Canal Livre, waarbij de Peter R. de Vries-achtige verslaggever Wallace Souza er telkens als de kippen bij is als er een moord is gepleegd. Totdat blijkt dat hij die moorden zelf laat plegen. Twee vliegen in één klap: hij rekent af met zijn vijanden in het drugscircuit en de goede kijkcijfers leveren hem flink geld op.

In Nederland kennen wij niet zulke extreme voorbeelden van realityshows, hoewel sommige programma’s hier wel worden uitgezonden (zoals The Hills of Dr. Phil). Waarschijnlijk zijn we voor deze gradatie van emo-tv te nuchter. Waar het om draait, is dat het echt verkeerd gaat als deelnemers niet meer in hun waarde worden gelaten, geëxploiteerd worden en gepusht worden om over hun eigen grenzen te gaan. En het is erg als wij, het kijkvee, dat normaal vinden en wij ons vermaken met het leed dat een ander overkomt.

De oplossing is heel simpel: druk op de uitknop van de tv. Geen kijkers betekent geen kijkcijfers en dat betekent geen inkomsten. De deelnemers zijn de echte slachtoffers en met de uitknop kunnen wij ze in bescherming nemen. Weg programma. Neem het credo van Doe Maar ter harte: Er zit een knop op je TV / Die helpt je zo uit de puree / Druk ‘em in en ga maar mee / De bloemen buiten zetten. Maar probeer tegelijkertijd tv-programma’s ook in hun context en tijdgeest te zien. Slecht is niet altijd slecht. Waar we ons nu over opwinden, hoeft uiteindelijk niet tot problemen te leiden. Zie de Power Rangers: die zijn zó 1993.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: