Recensie: “Hoe word ik gelukkig?” van Guus Kuijer

21 Nov

Ik ben, gelukkig!

Over ruim een maand gaan we over van de jaren nul naar de jaren tien van deze eeuw. In de media verschijnen allerlei lijstjes van zaken die wij later zullen beschouwen als ‘typisch nul’. Een greep uit het assortiment: Uggs (of lelijk schoeisel in het algemeen), Balkenende, Nederhop, afhaalkoffie, etcetera.[1] Wat mij betreft mag daar ook de ‘ik ben ontevreden over mijn leven, wat nu?’-cultuur aan toegevoegd worden. Tv-programma’s waarin mensen grondig onder handen worden genomen omdat zij niet meer weten wat ze van hun leven moeten maken zijn de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten. Of het nu gaat om een make-over van je lichaam, je garderobe of je huis, of om een gesprekje met je dode oma: al je problemen worden in één klap opgelost. In dit post-Oibibiotijdperk zijn we opnieuw in de zweefmolen gestapt, maar dan met de ‘ik’ als draaiend middelpunt. Ik ben immers het centrum van het universum, toch?

Guus Kuijers boekje ‘Hoe word ik gelukkig? Een zelfhulpboek’ is ook in de jaren nul verschenen; in 2009 om precies te zijn. Kuijer is voor mij een grootheid van de Nederlandse jeugdliteratuur en ik heb me eindeloos vermaakt met zijn kinderboeken. Moet ik de titel van dit boek dan met dezelfde humor opvatten? Is het ironisch bedoeld, als commentaar op de huidige tendens dat een nieuwe neus al je problemen als sneeuw voor de zon doet verdwijnen?

Niet bepaald. Kuijer komt in het eerste hoofdstuk met de stelling dat je pas echt gelukkig bent als je van betekenis bent voor anderen en als anderen dat zijn voor jou. Neem de ander in je op, leer, en word zelf een beter mens. Kuijer noemt het “jezelf verrijken” en dat vind ik een mooie en inspirerende gedachte. Daardoor krijgt het boek een sterke opening; deze schrijver gaat mij dus écht vertellen hoe ik gelukkig word!

Kuijers teksten rijgen zich naadloos aaneen; ze vloeien in elkaar over als prachtige mijmeringen met af en toe een goede kwinkslag of stoot. Kuijer weet te inspireren omdat hij laat zien dat je je geluk in eigen hand hebt, zolang je je maar openstelt. Schoonheid speelt daarbij een belangrijke rol; die daagt je uit om iets in je op te nemen. En schoonheid hoeft ook niet altijd mooi te zijn. Een prachtige passage over het belang van schoonheid staat op pagina 36: “Ik vind het immoreel om een lelijke foto te maken van een hongerend kind, omdat je weet dat die foto in de prullenbak terechtkomt zonder iets te hebben uitgericht.”

Ook al verwachtte ik dat dit boek in zekere zin los zou staan van enig oordeel over de maatschappij, toch kan Kuijer niet om de actualiteit heen. Af en toe legt hij het verband met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland en de wereld. Begrijpelijk: om zijn theorie over gelukkig worden te demonstreren, moet hij ook laten zien hoe het niet moet. Maar zijn eerste politiek-maatschappelijke opmerking schoot bij mij al in het verkeerde keelgat. Op pagina 10 schrijft Kuijer: “Op mijn eigen terrein (…) tref ik in de laatste jaren zelfs in een kwaliteitskrant als de Volkskrant een hatelijk sfeertje aan als het gaat om het zogenaamde ‘moeilijke’ kinderboek.” En daarna: “Populistische politici varen wel bij de versnacking van de cultuur, of misschien beter: de versnacking van de cultuur maakt populisme mogelijk.” Deze passages dragen niet bij aan zijn punt; dat heeft hij daarvoor al duidelijk gemaakt. Het lijkt alsof hij een gaatje tussen de alinea’s heeft gevonden om zijn gal te kunnen spuwen.

Gelukkig weet Kuijer op andere momenten juist heel duidelijk de vinger op de zere plek te leggen: “Politici zouden daarom moeten ophouden egoïstisch gedrag toe te schrijven aan de individualisering van de samenleving. Democraten horen de individualisering te bevorderen omdat ze leidt tot emancipatie.” (pag. 62). Hiermee schotelt hij de lezer een beter onderbouwde stelling voor die niet zo maar uit de lucht komt vallen en die daardoor veel aannemelijker is.

Kuijer heeft een mooi boekje geschreven. Zijn stijl is prettig en hij kiest zijn woorden goed; niet te oubollig of te zwaar, maar ook niet te jolig. Hij gebruikt veel tot de verbeelding sprekende kunstwerken en schilders ter illustratie. Daarmee wordt zijn theorie concreet en blijft deze niet hangen in eindeloze filosofische overpeinzingen. En zijn boodschap is duidelijk: blijf jezelf verrijken, of het nu om schilderijen of om rugstreepschildpadden gaat. Het gaat erom dat je er niet “zo maar voor de gezelligheid” bent, maar actief bent; sta open voor de ander, neem nieuwe dingen in je op. Eigenlijk niets nieuws, ook niets verrassends, maar wel inspirerend. Ik ben, gelukkig!


[1] Zie onder meer http://www.top50vandejarennul.nl en ‘Vossenjacht in de jaren nul’ van 20 november op http://www.nrcnext.nl

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: