Brief aan: Rob Wijnberg

12 Nov

Beste Rob Wijnberg,

Brieven schrijven, wie doet dat tegenwoordig nog? In vroeger tijden was een brief het enige communicatiemiddel, maar na de uitvinding van de telegraaf, telefoon, internet, e-mail en sms pakt niemand er tegenwoordig meer een hagelwit blaadje postpapier bij. Wist je dat de Britse schrijver Evelyn Waugh in vijf jaar tijd 180 brieven naar zijn beminde Teresa Jungmann schreef? De liefde bleef onbeantwoord, maar kennelijk heeft hij zich toch al die moeite getroost. Naar het waarom blijft het gissen. Misschien waren de brieven een manier om zichzelf en zijn liefde bestaansrecht te geven. Want wie schrijft, die blijft. Scribo ergo sum.

Volgens mij geldt dat credo ook voor jou. Ik volg je in de media, met bewondering – en een scheutje jaloezie. Je bent een jaar jonger dan ik, maar je hebt al een vaste plaats verworven in NRC en nrc.next. Er staan drie politiek-filosofische boeken op je naam en op je weblog plaats je wekelijks een essay waarin je op een actueel vraagstuk ingaat. Ik lees je stukken graag, want je gebruikt de taal van onze generatie om filosofische dilemma’s te bespreken, de politiek te becommentariëren en verhoudingen tussen bevolkingsgroepen te definiëren. Down-to-earth, begrijpelijk, helder en altijd verbonden aan de actualiteit. Jij schrijft, en je blijft; uit alles blijkt dat je het belangrijk vindt om anderen attent te maken op wat er in Nederland en de wereld gebeurt. Hoe kun je nu al zo veel verstand van zaken hebben? En welke boot heb ik dan precies gemist?

Ik ben freelance tekstschrijver en vertaler, en heb een ander bootje genomen: een gammele roeiboot waarmee ik uit alle macht naar de vaste wal probeer te komen. Dagelijks navigeer ik over een zee van teksten, media, beelden en kennis, trachtend vooruit te komen in de hoop dat aan wal het Gevierd Auteurschap (en een kloek, houten zeilschip met kok) op me wacht. Jouw werk inspireert mij om iets teweeg te willen brengen, te willen beklijven.

Zodat mijn gedachten, mijn mening, uiteindelijk voor anderen van betekenis zullen zijn en ik niet voor niets in een bootje blijk te zitten.

In dit licht heb ik gefascineerd de serie artikelen gevolgd die jij en Stine Jensen afgelopen zomer in nrc.next publiceerden, getiteld ‘Dus ik ben’. Daarin zochten jullie met behulp van actuele beelden naar een antwoord op de vraag hoe mensen zichzelf definiëren – bijvoorbeeld aan de hand van hun werk, of opvattingen. De artikelen hadden als titel allen een variant op Ik… dus ik ben.

Deze serie (en de bijbehorende weblog) hebben me aan het denken gezet over wat mij definieert. Ik denk dus ik ben; dat is een begin. Maar wat weet ik eigenlijk? Het enige dat ik weet, is dat ik niks weet. Dat wetende, werk ik me in bovengenoemd roeibootje door allerlei input heen richting de wal. So far so good.

Daarbij geloof ik dat ik besta bij de gratie van anderen. Zonder zee geen roeibootje, zonder anderen geen ‘ik’. Wil ik opgroeien, mij ontplooien, dan heb ik anderen nodig. Als ik alleen sta te schreeuwen in een woestijn, ben ik er dan wel? De mens is ‘interdependent’: samen met anderen kun je je talenten en capaciteiten bundelen om tot iets groters te komen. Samenwerken om iets te bereiken dat je in je eentje niet kunt.[i]

Aldus redenerend kom ik tot de ontdekking dat ik dit contact probeer te maken met anderen door te schrijven. Dat is mijn manier van roeien. Schrijven is namelijk gericht op de ander; een auteur is niets zonder zijn publiek. Met schrijven kun je vermaken, voelen, verduidelijken, afwijzen, goedkeuren. Maar het belangrijkste: met schrijven breng je een conversatie op gang, waarop je een antwoord terug kunt verwachten. Kritiek op je roman, een comment op je blog, een brief terug. Waarop je weer een nieuw antwoord moet formuleren. Zodoende leer je je eigen gedachten onder woorden te brengen en kun je met behulp van de ander de wereld leren begrijpen om jezelf daarin te manifesteren.

Als ik dus de roeispanen aanpak, oftewel, als ik blijf schrijven en zo met anderen contact maak, kan ik genoeg kennis van de wereld opdoen om er een betekenisvol onderdeel van te worden. Mijn roeispanen zijn pennen: ik schrijf dus ik ben.

 

Ik pleit daarom vurig voor een revival van de briefwisseling: de basis van intermenselijke communicatie. Evelyn gaf zo zijn liefde bestaansrecht. Ik schrijf om mijn plek in de wereld te definiëren. Wie schrijft, beklijft.

 

Vriendelijke groeten,

Anne Douqué

 


[i] Stephen R. Covey. The Seven Habits of Highly Effective People. Londen, Simon & Schuster 2004 (1989), pp.49, 51.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: